HOOFDSTUK 1
 
 

Soms ben ik wel eens een draak

En reageer te fel,
te vaak

Maar dan wordt het me soms net iets teveel

Die reactie is dan niet eerlijk in het geheel

Meestal pak ik dan die waar ik veel van hou

Dus doorgaans wordt dat jou

Weet echter dat ik het nooit zo meen

Voor mij ben je nummer één

Ik ga dood. En ik weet het zeker. Het meest idiote is nog wel, dat ik het helemaal niet erg vind. Eerlijk gezegd wil ik ook dood. Ik heb het hier wel gezien en ben het zat. Bovendien ben ik zo moe. Nou is dat al een paar maanden zo en ik denk dat het na de laatste vakantie in Griekenland begonnen is.
We waren net terug van vakantie, Sjaak en ik. Sjaak is eigenlijk Jacqueline maar iedereen noemt haar altijd Sjaak. Al jaren zijn wij vrienden en vakantiemaatjes. We waren dus net terug van vakantie en voor ik het wist had ik een longontsteking. Dat kwam mij natuurlijk in het geheel niet uit, want ik had ook net een relatie met een Luxemburger. Later komt nog wel hoe dat gegaan is.
In ieder geval zou ik naar hem toe gaan verhuizen en zouden we daar in Luxemburg een horecazaak gaan beginnen. Nou, met zulke plannen komt een longontsteking niet goed uit. Maar goed, ik ben naar de huisarts geweest en kreeg penicilline of zo. Op dat moment was nog niet bekend dat ik uiterst allergisch voor die zooi was.
Dat werd pas duidelijk toen er over mijn hele lichaam, echt van kruin tot teen,
rode vlekken kwamen die afschuwelijk jeukten. Die kuur heb ik door de allergie niet afgemaakt en de longontsteking werd erger. Sterk zijn is mijn motto en niet teveel zeuren, dus een longontsteking die niet overgaat en eigenlijk alleen maar erger wordt is niet iets dat ik direct aan mijn arts vertel.
Maar uiteindelijk kon het toch ook echt niet anders. Omdat ik vanaf het begin van de ontsteking bij de huisarts was geweest zat ik in een soort medische molen, want hij wilde iedere week wel iets laten controleren. Bijna iedere week werd er wel bloed afgenomen. Dat leverde natuurlijk helemaal niks op, en ik ging gierend achteruit. Op een maandagochtend was ik weer eens goed vroeg uit bed en besloot om een rondje te gaan hardlopen.
Dat deed ik vaker, dus waarom nu niet. Het was veel verstandiger geweest om niet te gaan, omdat ik helemaal geen lucht had, of liever gezegd niet genoeg lucht kon krijgen. Daarom had dat hele rengedoe nooit moeten gebeuren. Honderd meter was veel te ver, vijf en twintig meter haalde ik met moeite. Vloekend en tierend, voornamelijk op mezelf, heb ik het rondje afgeploeterd. Gebroken kwam ik weer thuis, totaal leeg van dat stomme kleine rondje. Na dat sportieve evenement heb ik eerst een half uur in de stoel gelegen, simpel op adem komen. Bij het idee dat ik nog een trap op moest om mijn kleren te halen voor na het douchen, had ik alweer een kwartier extra hersteltijd nodig.
Nou was dit nog het begin van alle ellende, daarna werd het erger en erger. Wat ook zo erg was, was dat een biertje of een wijntje vreselijk smerig begon te smaken, een lekker peukie was helemaal niet zo lekker meer. Voor een liefhebber als ik is dat geen pretje.
In oktober ging ik een weekend naar Luxemburg. Voorstellen aan zijn familie en aan de nodige vrienden. Bovendien zouden we dat weekend meteen gebruiken om naar wat pandjes te kijken voor ons Grand Café. Dat weekend werd niet echt een succes want toen was ik al lichamelijk niet goed meer. De energie ontbrak toen al om teveel dingen te ondernemen. Ik kom op dit stuk nog terug. Maar ik weet wel, dat als ik me ooit weer zo beroerd ga voelen ( echt niet) dat kikkerbillen geen onderdeel meer van mijn diner worden. Zo zonde van die schaal vol met lekkere dingen.
Achteruit ging ik, met sprongen. Maar ik gaf vast niet toe dat het slechter met me ging.
Wat later op een zaterdagavond in november gingen we met Miek, Caroline en Bob ( mijn zusters en broer), Sjaak en Ellen ( de "koude kant") en een stel vrienden spelletjes doen. Normaal vind ik dat dus onwijs gezellig. Mooi een beetje spelletjes doen, vals spelen, slap teuten, borrel en een peuk erbij en mijn avond kan niet meer stuk. Nu niet, want van het kleine stukje fietsen naar Mieke haar huis was ik helemaal kapot en dat van dat kleine pisstukkie fietsen. En ondanks dat het dan zo beroerd met me is, ik wil het dan gewoon niet opgeven, niet meteen. Met moeite heb ik me door de thee heen geworsteld en met nog een nog veel
groter gevecht door mijn eerste wijntje.
Ik wil dan zo graag gezellig zijn en leuk meedoen, maar mijn oogleden hingen bijna onder mijn oksels en mijn hoofd zat vol watten, het ging gewoon niet. Om tien uur heb ik de knuppel maar in de ring gegooid en ben weer naar huis gefietst.
Nou had ik verder overdag ook niets te doen, niet dat er veel in mijn conditie had kunnen gebeuren, maar ik denk achteraf dat dat niks doen niet bevorderlijk is geweest. Er stond een ligstoel voor het raam, waar ik de hele dag in hing. Mezelf 's ochtends uit bed gesleept naar de badkamer, vervolgens naar de keuken voor een ontbijt. Het gekke was, dat ik best trek kon hebben maar zo gauw als het brood voor mijn neus stond hoefde ik er maar naar te kijken en was direct klaar. Chocopasta, ik moet er niet meer aan denken. Hou me te goede, ik vind en vond het zalig, maar nu is er de associatie voor me van chocopasta met ziek zijn. Ik ben bijna bang dat wanneer ik dat spul weer begin te eten dan weer zo ziek zal worden.
Slaat waarschijnlijk helemaal nergens op. Goed, daar zat ik dan in de keuken, worstelend met 1 bruin broodje pasta en veel thee. Een simpel ontbijt wat normaal binnen een kwartier naar binnen gewerkt moet kunnen worden. Daar deed ik nu bijna anderhalf uur over. Dan kwam een moeilijk moment. Ik moest namelijk van de keuken naar de kamer, naar de ligstoel. Het is amper te geloven, maar het idee om daarheen te moeten lopen stond me zo vreselijk tegen. Mijn benen van de stoel moeten halen, mezelf overeind heizen en dan dat stuk naar de kamer lopen. Zo kon ik rustig 20 minuten domweg blijven zitten en denken; was ik nou maar meteen gegaan dan had ik nu al gezeten.
Af en toe kreeg ik nog een spontane aanval van energie en kracht. Meestal moest ik dan drop halen waar ik vreselijk trek in had, tot het er eenmaal was dan was de trek voor mij eraf en was de energie ook pleite. Maar dan moest ik thuis wel de trap weer op om bij de stoel te komen. In het begin ging dat nog wel, later ging het met de moeite die ik heb na een avond vreselijk veel roken. Zo lekker kortademig, op die momenten komt de zo vreselijk wijze beslissing waar nooit aan gehouden wordt; ik rook nooit meer ( ja, twee dagen. Maar nog wat later kon ik de trap gewoon echt niet meer in één keer nemen. Halverwege de trap moest er gewoon een pauze ingelast worden. Ben je 32, maar niet ziek, nee natuurlijk niet.
Koud, ik wist niet dat ik het zo vreselijk koud kon hebben. 's Ochtends als ik uit bed kwam had ik meestal koorts. Dat was al zo vanaf eind oktober. Nooit 's avonds, maar altijd als ik wakker werd. En gedurende de dag zakte die lichaamstemperatuur naar het nulpunt. Dat was in ieder geval zoals ik het voelde. IJskoud en dan echt vanuit mijn botten. Af en toe had ik het gevoel dat ik nooit meer echt warm zou worden. Twee truien aan in huis werd heel gewoon, af en toe ook nog met een shawl om, ja hoor heel normaal. Ik heb ook nog nooit zoveel en vooral langdurig gedoucht als toen. Door heel lang te douchen had ik het idee dat mijn lichaam op een bepaald moment toch echt wel warm moest gaan worden. De douche werd ook steeds heter en heter gezet. Dat ik geen blaren heb en niet gestikt ben in de damp mag nog een wonder heten. Binnen een half uur tijd had ik de badkamer veranderd in een Turks stoombad, het water droop van alle muren af. En het resultaat was, dat ik er zeker niet van opknapte, zeker niet warm werd, en dan ook nog die hele badkamer moest gaan drogen terwijl ik al zo hondsmoe was. Bovendien wilde ik de deur van de douchecel niet opendoen omdat er dan een golf van koude lucht binnen zou komen. Waar haal ik het vandaan, een golf koude lucht. Je kon er zo een kip in klaar stomen.
De openhaard werd ook een grote vriend van me. Hoog opgestookte vuren waar ik dan zo goed als in zat. Maar hoe hoog het vuur ook was, echt warm worden gebeurde niet.
's Avonds in bed lag ik onder een dubbel dekbed met daaroverheen nog een deken, sokken aan en een kruik tegen mijn voeten. En nog steeds niet warm te krijgen
Achteraf was het natuurlijk ook helemaal niet zo gek dat ik het zo koud had, want ik viel natuurlijk ook de nodige kilo's af. Het was namelijk niet alleen het ontbijt wat geen doorslaand succes was, maar ook de lunch en het avondeten werd een slepend drama. Patat, normaal toch één van mijn favoriete gerechten, een kroketje of een frikadel met mayonaise, zeg ik doorgaans ook geen nee tegen. Maar nu kreeg ik een simpel bakje friet niet eens op. Een broodje kroket was leuk voor de geur echter na twee happen was de lol er voor mij vanaf.
Toegeven dat ik ziek ben doe ik natuurlijk nog steeds niet. Wanneer bekenden op straat aan me vroegen hoe het met me ging riep ik steevast; Goeoed. Mensen willen trouwens helemaal niet horen dat het slecht met je gaat. Moet je dat maar eens zeggen, let op die mensen die het aan je vragen zijn allang verder gelopen en luisteren niet eens naar je antwoord. Eigenlijk moet ik het anders zeggen, er zijn ladingen mensen die het heerlijk vinden als ze kunnen doorvertellen dat het slecht met je gaat. Of het nou waar is of niet. Goed nieuws heeft geen hoog roddelgehalte.
De dagen gaan voorbij, keuvelen is geweest, iedereen zal toch wel weten dat het de avond is waarop de kinderen met een lampion langs de deuren gaan zingend voor snoep?
Ja wel. mijn Luxemburgse lover is al voor de tweede keer in Schagen geweest, die had volgens mij ook niks in de gaten of hij moest wel op heel erg mager vallen. Bovendien gebeurde er op het sex-
gebied ook verdomd weinig want daar was ik natuurlijk ook veel te moe voor. Helemaal als we op stap waren geweest. Ik vraag me wel eens af waar ik in hemelsnaam de energie vandaan haalde om uit te gaan als hij bij me was. Arme jongen, die dacht dat hij de catch van het jaar te pakken had. Over een kat in de zak gesproken.
Langzaam maar zeker komen de feestdagen in de buurt. Sinterklaas was altijd een feest waar ik heel erg naar uit kon zien, ook nadat de waarheid mij was verteld. De waarheid dat hij niet bestond, oh. Het hele sfeertje van geheimzinnigheid, de lootjes, surprises en rijmpjes maken, helemaal leuk. En dan cadeautjes kopen voor iedereen, ik kon daar echt jaarlijks van genieten. Dat ging dus dit jaar ook behoorlijk de mist in. Als ik terug zit te graven om de avond weer voor me te halen is het enige wat ik me kan herinneren, mezelf in de tuinstoel. Verder heb ik een blank vlak. Ik kan me niet voorstellen dat ik niet heb geprobeerd om gezellig te zijn. Oh ja, ik heb twee slofen (horecaschorten) gekregen voor in het café. Nou die liggen dus ook nog zo goed als nieuw in de kast stof te vergaren.
Ik wist ondertussen wel wat er mis met me was. De dokter had gevraagd of het misschien geen HIV kon zijn, maar dat sloeg natuurlijk nergens op. Wel lachen trouwens hoe zo'n man dat vraagt. Niet rechtstreeks, maar heel moeilijk met veel draaien en dan eindelijk bij de kern komen. Je hangt dan wel al een kwartier aan de telefoon. Ik wist het wel wat het was. Longkanker, en ik wist het zeker, maar dat wilde ik natuurlijk niet aan de rest van de familie vertellen en zeker niet met de feestdagen voor de deur. Ik wist het, omdat ik volgens mij precies dezelfde verschijnselen had als ome Frits. Moe, erg afvallen in korte tijd, en bovendien had ik toch ook jaren gerookt. Nou met zulk nieuws wacht je tot een beter moment.
Goed, van de sinterklaas had ik denk ik helaas niet echt zo genoten, maar dat zou anders worden met de kerstdagen. Dat moest een toppertje worden, gezellig met de familie eten na de nachtmis, meester en moeder rietje erbij, zoals het hoort en zoals het elk jaar is. Meester en moeder Rietje zijn buren van vroeger. Ik ging bij hen logeren met Bob tijdens
schoolvakanties, zij pasten op ons wanneer mijn vader en moeder op vakantie waren. Ze horen bij de familie.
Goed, op eerste kerstdag zou ik het dessert maken en die zou leuk en lekker worden. Goed uitrusten moest ik dus voor die tijd. Alsof er nog niet genoeg gerust was. Mijn hemel, nog iets meer rust erbij, en een luiaard is druk vergeleken met mij. Maar een mens bedenkt wat. Ik rustte dus leuk uit en ging de dag voor kerst naar de supermarkt om inkopen te doen voor mijn dessert. Wat had ik daar halverwege al een spijt van. Ik hing over het winkelwagentje, eerlijk gezegd was het meer in het karretje hangen, en ging zwalkend door de winkel. Als iemand had gezegd dat ik bezopen was geweest dan had dat best mogelijk kunnen zijn. Het is natuurlijk ook niet echt slim om zoiets te doen vlak voor de kerst, als het ook nog eens hartstikke druk in die winkels is. En ik kan ook nooit wat vinden in die zaken, en zwalkte dus van het éne looppad naar het andere. Om vervolgens weer terug te kunnen naar looppad zoveel welke ik allang had gehad omdat daar nog wat lag wat ook nodig was. Chocolade had ik nodig voor het dessert. Heb je enig idee hoeveel soorten er wel niet zijn, en die ik nodig heb ligt uiteraard onderaan. Bukken dus.
Uiteindelijk lagen alle boodschappen naast me in de winkelwagen en kon ik de prijs voor het winkelen gaan betalen. Zeker lichamelijk.
Kerstavond, Ik had al besloten om niet mee te gaan naar de kerk, het idee om twee uur op een houten bank te moeten zitten en wakker te moeten blijven. Nee, lieve heer zal het wel niet erg gevonden hebben dat ik in plaats daarvan naar bed ben gegaan. Op die manier zou ik namelijk een beetje bijgetrokken zijn op het moment dat de rest van de familie terug zou komen van de nachtmis. Precies goed op tijd dus voor de broodmaaltijd. Helaas. Overdag had ik teveel van mezelf gevraagd en lag ik echt beroerd in bed. Beneden hoorde ik de gezelligheid, ik lag gezellig alleen in bed met een kop thee die mam gebracht had. Als klap op de vuurpijl kreeg ik ook nog een aanval van diaree. Dat kon er ook nog wel bij. Gelukkig Kerstfeest.
Op eerste kerstdag leek het mij wel weer een heel goed plan om lang te blijven liggen. Ik voelde me ook een stuk beter en had dus goede hoop voor de rest van de dag. Het was ook lekker warm, wat natuurlijk van de dagelijkse ochtendkoorts kwam, maar ik ben altijd al een meester geweest in dingen uitleggen in mijn voordeel. Ik kwam dus laat uit bed en na de vaste rituelen van badkamer, ontbijt en nog een tijdje hangen in mijn tuinstoel kwam toch het moment dat ik alvast iets moest gaan doen aan mijn dessert. Alles wat je van tevoren kan doen scheelt 's avonds weer, zegt mijn moeder altijd. En dus ging ik richting keuken om chocolade te smelten, aardbeien schoon te maken en nog wat van die klussen. Halverwege het maken van het dessert begon ik in elkaar te storten. Een aardbei kreeg plotseling het gewicht van een suikerbiet, de afstand van de schotel waar de aardbeien oplagen naar de pan met de gesmolten chocolade leek ineens oneindig lang en dan moest ik nog terug. Mijn moeder die denk ik al een tijdje meelijwekkend stond te kijken vroeg of ze het niet even over moest nemen. Heel lief bedoeld, maar dat zou betekenen dat ik het op zou geven en eigenlijk toe zou geven dat er iets aan de hand was. Nee dus. Tergend langzaam heb ik de klus afgemaakt.
Daarna leek het mijn moeder toch wel een goed idee dat ik maar even zou gaan rusten. Ik wilde per slot van rekening de hele avond nog meemaken. Dat was waar, maar ik ging niet naar bed, nee dit zou ik ook in de stoel kunnen doen en bovendien zouden Bob en El, Miek en Sjaak en Caro zo komen met de kids. En dan wilde ik niet weer in bed liggen. Ze kwamen en we deden gezellig, tenminste ik deed gezellig en zij waren echt gezellig. Wijntje erbij ( niet weg te krijgen) en na een paar uur gingen we dan aan tafel. Wij hebben thuis de traditie om met kerst lootjes te trekken. Alleen dan gaat het erom wie welke gang van het diner maakt en wie de afwas doet en zo.
Maar niemand vertelt vooraf aan de anderen wat er gemaakt gaat worden, dat kan dus heel verrassend zijn. Zoals elk jaar is het hartstikke lekker maar ik lag bij het voorgerecht al bijna te slapen in de soep. Vechten dus, open die ogen en niet toegeven. Ik wilde persé mijn nagerecht zelf op tafel brengen. Caro of Miek had ook al aangeboden dat zij het verder zouden regelen dan kon ik gewoon of lekker naar bed, of lekker in de stoel blijven zitten. Dat wilde ik helemaal niet, maar ik wilde zoveel niet en zoveel juist wel, maar dat ging niet meer en het janken stond dichterbij dan het lachen. Toen het hoofdgerecht werd binnengebracht, ging ik bijna over mijn nek van de lucht en gaf ik eindelijk de strijd op. Ik kon niet meer, ik wilde alleen nog maar naar bed. Het was gebeurd.
Tweede kerstdag. Nu was ik toch wel heel erg aan gort. Ik kon zelfs mijn bed niet meer uitkomen, wilde ook mijn bed niet uitkomen. Om een uur twaalf kwam Miek bij me kijken en oordeelde met haar geoefende blik dat dit niet langer zo kon. Zij besloot dan ook dat er een dokter moest komen, kerst of geen kerst. Nadat ze had gebeld had ik nog een uur om uit bed en in en uit de badkamer te komen. Die tijd had ik dus ook dik nodig.
De weekendarts die kwam, had niet zo heel veel tijd nodig om te bedenken dat ik toch maar even langs de poli in het ziekenhuis moest gaan. Pap had de auto omgereden en mam had een weekend tas met wat spullen ingepakt. Belachelijk natuurlijk, want ik zou straks gerust wel weer gewoon naar huis gaan. Aangekomen bij de ingang van de POLI moest ik nog een kleine 20 meter lopen, vals plat. Het was teveel. Ik redde het net aan tot aan de balie, waar ik me aan vast klampte om niet direct ter aarde te storten. Geluid had ik al helemaal niet meer, logisch want ik totaal geen lucht. De verpleegster had gelukkig meteen in de gaten dat dit erg fout zat en voor ik het wist was ik in een rolstoel geplant. Binnen een paar minuten was er ook een dokter geregeld en die begon vol enthousiasme allerlei foto's te maken en onderzoeken te plegen. Meteen werd er ook een lading bloed afgenomen ( het begin van vele liters) en had ik overal slangen en draden. Hij begon ook van alles te vragen, over slaapgewoontes, of ik wel eens zweette 's nachts, van alles en nog wat. Ik dacht nog; wat heb dat er nou mee te maken.
Uiteindelijk was hij tot de conclusie gekomen dat ik opgenomen moest worden. Daar was ik het helemaal niet mee eens, want ik wilde naar huis, zogenaamd om mijn nagerecht te maken. Hij keek me aan en zei; 'heb jij er enig idee van hoe ziek je bent. Je hebt een meervoudige longontsteking, als je nu naar huis gaat en doorgaat zoals je tot nu het gedaan schat ik de kans heel groot dat je over drie weken dood bent'. Zoiets, het kwam er in ieder geval wel op neer.
Het werd geen ritje naar huis terug die middag, maar een ritje naar de longafdeling. Nou daar lag ik volgens mijn idee in ieder geval wel goed. Dat ik eenmaal naar de afdeling gebracht werd, vond ik het ineens ook allemaal goed. Ik gaf me over, eindelijk, en was eigenlijk ook heel blij dat er nou professioneel voor me werd gezorgd. Er werd een groene slang aan mijn neus gehangen. Je ziet die dingen altijd in films wanneer mensen in het ziekenhuis liggen. Daar ben ik dus achter, dat is gewoon extra lucht. Weer een illusie armer. Goed, ik kreeg mijn bed en pap en mam ruimden mijn spullen op. Logisch want dat kon ik niet meer. Nadat pap en mam later naar huis waren gegaan kwam de arts. Een vlotte kerel met een nog vlottere babbel, zo één van; ouwe jongens krentenbrood, makkers onder mekaar. Nou was ik wel vreselijk moe, maar voor mijn gevoel nog niet helemaal achterlijk. Hij begon namelijk dezelfde vragen weer te stellen die de poliarts al gevraagd had. Braaf als ik was gaf ik weer keurig antwoord op alle vragen.
Uiteindelijk kwam hij met de vraag of ze naar diverse dingen bloedonderzoek mochten doen. Tuurlijk mocht dat, want ik wist het wel. Hij begon een rijtje op te sommen van zaken voor het onderzoek en als laatste vroeg hij of ze ook op HIV mochten testen. Lachend antwoordde ik hem dat het geen probleem was. Als er namelijk iets was, dat absoluut niet zou kunnen, dan was het dat wel. Je hebt op alle gebied ouwe rotten in het vak en groentjes. Ik was de koning van de groentjesafdeling ( en dat na 32 jaar). Al mijn relaties kon ik op 1 hand heel leuk tellen, en van die paar keer wist ik echt wel wat ik gedaan had. En DAT zou dus never niet nooit kunnen. Daarom zei ik heel blij tegen de dokter dat hij van mij met alle plezier op HIV mocht testen. Toen de dokter later weg was, lag ik nog eens na te denken over zijn vragen en voornamelijk over die ene laatste vraag. In gedachten ging ik nog eens mijn gangen na en kwam tot de conclusie dat ik gelijk had.
Onmogelijk. 's Nachts lag ik voor de verandering weer eens te schudden in bed van de kou. Nou is dat bijna godsonmogelijk in een ziekenhuis, maar toch was het waar. Ook de extra dekens brachten geen uitkomst en daarom werd 's ochtends besloten om mijn plaats te ruilen met de buurman. Een gezellige dikke oude man met een veel te hoge suikerspiegel. Volgens mij lag hij er gewoon omdat hij met de feestdagen niet alleen thuis wilde is. Want die hufter at alles van zoetigheid wat hij maar kon krijgen terwijl hij het helemaal niet mocht hebben. En bij elke test bleek dan weer dan het niveau nog veel te hoog was, dus mijnheer moest blijven. Hoera. In ieder geval kreeg ik zijn plek en lag ik meteen op stand, voor het raam met uitzicht op de hoofdingang.
En toen ging het feest beginnen, de hele dag werd ik van het ene onderzoek naar het andere onderzoek gesleept. Röntgen gewoon, röntgen thorax, ademtest op de longverdieping, bloed hier en bloed daar, en dan nog van alles en nog wat. Wat ik een heel leuk bezoek vond was dat van de diëtiste. Na weer een gesprek met haar kreeg ik een soort van vreetdieet. Dat hield in dat ik veel extra yoghurtjes tussendoor kreeg, speciale suiker die ik overal in moest donderen, om de dag kroket met mayo, elke dag van die gore astronautenvoeding, en elke avond pakjes chocolademelk. Het komt op het einde je strot uit. Maar ik groeide er wel van en dat was dringend nodig want ik woog nog maar 48 kilo. Als ik het zo terugbekijk was het enige leuke van de diëtiste de kroketten met mayo.
Met de buurman kon ik het prima vinden, want hij was gewoon zielig en alleen. Nou, pap die praatte wel met hem, net als mam trouwens. Pap en mam, ze hadden het hartstikke druk in die tijd met de vuurwerkverkoop, en dan kwamen ze ook nog elke dag bij mij. Natuurlijk vindt iedereen dat heel gewoon, maar ik niet, ik liet dat misschien niet altijd blijken maar ik was er heel blij mee.
Zo gingen de eerste dagen voorbij. Het werd een soort vast ritueel, op de meest ongezonde tijd van de dag werden we wakker gemaakt en vervolgens kreeg je meteen een thermometer in je kont. Daarna ontbijt en vervolgens begonnen de prikken en dergelijke weer.
Op 29 december wijst niets er 's ochtends op dat deze dag heel anders ging worden dan alle andere. Na de vaste begin dingen zou ik rond een uur of tien 's ochtends opgehaald worden voor weer een longfoto. De vrijwilliger met de rolstoel was keurig op tijd en kant en klaar gingen wij op weg. Na tien meter door gang gereden te hebben kwam ik mijn arts tegen. Vriendelijk zei ik nog goedemorgen, en op dat moment keek hij me aan en zei dat hij even met me wilde spreken en dus de longfoto wel kon laten wachten. Ik werd weer teruggereden naar mijn kamer en ik wist inwendig dat dit het was. Dit was het moment waarop de uitslag ging komen van al die testen, ze waren eruit. Volkomen rustig ging ik op bed zitten en wachtte uiterst kalm de komst van de dokter af. Longkanker galmde het door mijn hoofd, chemokuren, bestralingen.
Na een minuut of tien kwamen ze binnen. Vier man sterk. Met uiterst serieuze gezichten gingen ze om mijn bed heen staan en één van de verpleegsters vroeg aan de buurman of die ons even alleen wilde laten.
Dit ging ernstiger worden dan dat ik had gedacht. Goed, ik was er klaar voor, kom maar op met dat nieuws. De dokter keek naar me met een emotieloos gezicht en zei me dat de uitslag veel erger was dan dat ze aanvankelijk gedacht hadden. Het was dermate erg dat ze het pas wilde vertellen wanneer mijn ouders er ook bij zouden zijn. Dat zou dan rond een uur of één kunnen. Ik keek de man aan en vroeg me af of hij wel goed was. 'Nee' zei ik 'dat vind ik helemaal niet goed. Ik ga hier niet nog twee uur liggen wachten op een uitslag omdat dan mijn ouders erbij zijn. Twee uur waarin ik mezelf helemaal gestoord ga liggen maken. Nee, als er een uitslag is wil ik die nu horen en niet straks'.
Ze keken elkaar aan en keken toen weer naar mij.
De dokter nam weer het woord en zei me dat het dus inderdaad veel erger was dan ze hadden gedacht en dat ze niet goed wisten hoe ze dit nieuws nou moesten vertellen, aangezien er voor slecht nieuws ook geen goede manier is. 'maar' zei hij 'je hebt AIDS'.
Fout, dit is een hele foute, verkeerde tekst, hij had nu heel wat anders tegen me moeten zeggen. Longkanker stond er in zijn tekst, niet dit. Ze hadden natuurlijk een fout gemaakt of ik zat in een komisch programma en zou de camera zo komen. Alhoewel dat wel hele rare humor was geweest. Aan mijn gezicht konden ze zien dat ik het niet snapte, dat ik het niet kon begrijpen. In iets andere bewoordingen herhaalde de arts zijn doodsmededeling.
Volledig lamgeslagen zat ik op bed naar de serieuze gezichten te kijken. Lijkbleek rolden de tranen over mijn wangen. Weg was mijn wereld, verdwenen was mijn toekomst, een leven had ik niet meer, alles alles weg. In amper twee minuten tijd stond mijn hele hebben en houden, mijn wereld op zijn kop en tegelijkertijd heb ik helemaal niets meer. Weg, alles i s weg. Zelfs mijn gedachten zijn weg.
Ik zit nog als een lege huls op een bed in een ziekenhuis ergens op de wereld, maar ik ben er zelf niet meer bij.
Heel ver van mij af ging de wereld gewoon door. Niet mijn wereld meer. Ik snapte het helemaal niet, dit had mij toch nooit kunnen overkomen. Hoe moet ik dit in godsnaam gaan bevatten, laat staan gaan accepteren. Gadverdamme, ik voelde me ook ineens zo vies en iedereen wist het natuurlijk, dat ik het had.
Een stem heel ver weg vroeg me of ik niet een kamer voor mij alleen wilde. Een machine antwoordde van nee. Ik had ergens nog wel het besef dat alleen op een kamer liggen alleen zou leiden tot vreselijk piekeren. Diezelfde stem vraagt of mijn ouders gebeld moeten worden of dat ik dat zelf wil doen. Mijn god, ik weet nog niet eens goed wat er is gebeurd, ik weet niet hoe ik er bij zit, waar ik ben of wat dan ook. Bellen? Nee dat mochten zij doen. Ik had er ook de moed niet voor, en trouwens nogal cru om zo'n bericht via de telefoon door te geven.
De buurman is de hele dag verbannen geweest, de arme man, die had natuurlijk ook geen benul van wat er speelde. Hij heeft het nooit geweten ook.
Ik zit nog steeds op bed, en langzaam gaat de klok verder. Langzaam maar zeker komt het moment dichterbij dat ik pap en mam onder ogen moet komen en moet gaan vertellen wat er is. Oh, wat zou ik er niet voor over hebben om dat niet te hoeven doen, om dat nooit te hoeven doen. Was het maar wat anders geweest, in plaats van dit.
Er moet gewoon een fout zijn gemaakt in het laboratorium, ze moeten wel buisjes hebben verwisseld. Dat is het, dat kan niet anders, iemand anders heeft mijn diagnose longkanker en ik heb die van een vreemde. Maar waarom weten de artsen dat niet, ze kunnen toch zo aan mij zien dat AIDS niet bij mij hoort. Helemaal niet bij mij kan. Tranen stromen weer over mijn gezicht omdat ik heel diep van binnen weet dat ze zulke stomme fouten echt niet maken en dat er echt wel meerdere keren is gecontroleerd voor men zo'n bericht aan een patiënt geeft.
Maar hoe heeft het dan kunnen gebeuren. Sex had ik al uitgesloten, want van die paar keer kon het never nooit zijn, plus ik had het toch ook veilig gedaan. Ik zou trouwens ook niet eens geweten hebben van wie het dan had moeten zijn. Maar hier schiet ik ook niets mee op. En daar komt nog bij, stel dat ik het wel zou weten, wat moet ik dan nog met die informatie. Die gozer een kaartje sturen, met bedankt voor je cadeau, het is een killer. Nee, als het allemaal zo goed is gecontroleerd dan heb ik het gewoon. En weer stort ik van ellende in elkaar. Ik weet toch ook helemaal niet hoe ik hier mee om moet gaan, en dan ga ik ook nog snel dood. Dat wil ik helemaal niet meer. Ik weet het allemaal niet meer. Niets ziend kijk ik uit het raam, er gebeurt wel wat daar, maar ik kan het niet op zijn plaats leggen. Het zegt me allemaal niets meer. Ik wil het ook niet meer snappen.
De klok tikt verder en één uur komt dichterbij. Pap en mam zijn gebeld en die komen zo snel mogelijk. Als ze dit nieuws zouden weten dan zouden ze niet zo'n haast maken. Wie wil er nou horen dat ze kind doodgaat, zo bedoel ik het. Ik lees die zin terug en dacht, die kan nog wel eens verkeerd opgevat worden. Zo bedoel ik het dus niet. Pap en mam hebben alles voor ons over dus natuurlijk komen die meteen. Ik wil alleen zelf niet dat ze zo snel komen. Hoe zullen ze reageren, zullen ze kwaad worden of juist heel verdrietig, Zullen ze nog wel van me houden na dit.
Er zijn een paar uur voorbij gegaan, en ik heb geen idee waar het naartoe is gegaan. Maar dan is het één uur. Pap en mam komen de kamer een beetje schuchter binnen. We kijken elkaar aan en ik begin meteen weer onbedaarlijk te janken. Tranen stromen weer omlaag en op dat moment pakt mam mij vast. Hoe moet ik dit nu gaan zeggen, ik weet niet welke woorden ik
moet gebruiken, hoe ik ze moet gebruiken. Dan vraagt mam; 'Raken we je kwijt?', en ik kan alleen maar ja zeggen.